Dag 54: Lascabanes-Lauzerte, 25,5 km


De kortste weg van Lascabanes naar Lauzerte zou 17 km zijn, 
de GR maakt er 150% van om door Montcuq te gaan, een historisch stadje dat de moeite waard is.  
Daar vieren we, met de drie 'Picards', de verjaardag van René. 
Allemaal Vlamingen onder elkaar dus, maar Louis XIV heeft daar verandering in gebracht. Ze moeten dat nog altijd teruggeven... Dat weerhoudt er ons niet van om te verbroederen, ook dat is Camino.
Montlauzun is de laatste stad van de Lot, en het nieuwe departement wordt dat van Tarn-et-Garonne.  
Tot aan SJPdP, de échte Pyreneeën dus, zijn er geen bergen meer en ook de bossen worden schaarser, terwijl de landbouw toeneemt.  Toch zijn de hellingen vaak pittig, en vooral de laatste klim naar Lauzerte is een kuitenbijter.  Deze middeleeuwse stad is een van de mooiste op de Via Podiensis.
Op het plein, en in de albergue TambaKï (in een middeleeuws pand met een soleilho),  
vieren we met de Picards nog eens de verjaardag van René. 
Ik leer er Tomato drinken en Perroquet, Ricard met resp. grenadine of munt. Le tisane du pélerin, zeg maar ...

Dag 53: Cahors-Lascabanes, 23,5 km

Het is een beetje de dag van het loslaten vandaag. Voor veel pelgrims (Laurence, Jeanne, Patrice...) met wie ik af en toe stapte, stopt het in Cahors. 
De room is hier blijkbaar van de soep, zo zal blijken. Ook Gina zit met een voetkwetsuur alweer op de trein richting Spanje. 
En met een goede klim op m'n nuchtere maag laat ik ook de wondermooie Lot-vallei achter me. 
Le chemin, c'est apprendre à abandonner...

Gedaan met de falaises en de gorges, gedaan met de spectaculaire panorama's en schilderachtige landschappen. 
Het landschap verandert zienderogen in bos (eik) en landbouw. Bovendien zie ik de hele wandeling geen enkele andere pelgrim. 
Alleen onderweg in het monotoon decor van de Quercy Blanc (lichtere kleur van de kalksteen), het wordt een dagje van reflectie.
Lascabanes is een bescheiden bergdorp, maar de landelijke vallei is een paradijsje en de gîte, Le Nid des Anges (de naam alleen al) 
een paradigma van gastvrijheid voor pelgrims. De gîte is gelegen net naast de kerk, de priester maakt er een erezaak van 
om dagelijks de pelgrims te verwelkomen met een voetwassing. 

Dag 52: Vers-Cahors, 24,5 km

Cahors kun je langs twee routes bereiken: via de oevers van de Lot of via een ommetje van 4 km over de berg St-Cyr. Beide routes zijn mooi maar op de Mt St-Cyr heb je een fantastisch 'point de vue' op de bocht van de Lot waarin Cahors genesteld ligt. 
Ondanks de treurige geschiedenis van het stadje (aanvallen, pest, oorlogen ..) is de oude middeleeuwse binnenstad grotendeels bewaard gebleven. 
We bezoeken de Cathédrale Saint-Étienne (de façade geeft meer de indruk van een burcht)die de hoofddoek van Christus als relikwie heeft (doek dat gebruikt werd bij de graflegging, 
te vergelijken met de lijkwade van Turijn), en de
 Pont Valentré, waarschijnlijk Frankrijks mooiste middeleeuwse vestingbrug (drie ! torens). 
Romeinse overblijfselen zien we niet echt meer. In onze albergue (pijltje), 
net op de andere oever van de Lot tegen de Causse aangebouwd en een van de betere van de GR65, genieten we van een 'room with a view'. Je hebt niet elke dag de kans om te gaan slapen met zicht op een stuk werelderfgoed vanuit je bed...

Dag 51: Cabrerets-Vers, 26 km

Om zeven uur luiden hier de klokken, twee keer na elkaar. Willen of niet, maar opstaan zult ge... Om acht uur doen ze 't nog eens over maar tegen dan zijn we al vertrokken 

naar het meest feeërieke en sprookjesachtige landschap van de hele reis: 

we lopen letterlijk met ons hoofd boven de wolken en voelen ons meteen als God in Frankrijk, althans in de Pyreneeën.
Na onze koffiestop lopen Gina en Johanna verkeerd (ge moogt de madammen ook nooit ne keer alleen laten hé...) 

en tegen dat ze 't beseffen moeten ze de bus nemen om ter bestemming te geraken.

 Ik loop een stuk met Patrice die ik zowat elke dag tegen het lijf loop.
Bij mijn favoriete lunch (roggebrood, avocado, olijfolie) in Bouziès

 is de GR651 en meteen ook het mooiste stuk van deze Lot-variante achter de rug. 

We schakelen over op de GR36 maar die is verre van zo mooi. We zijn uiteraard verwend geweest de laatste dagen en dat kan niet blijven duren. 
In plaats van de 'Causses' krijgen we jonge eikenbossen die letterlijk herleefden na de ravage van de wijngaarden hier.
Vers, onze etappe aan de Lot, ligt aan de samenvloeiing van de Vers en de Lot. Ten tijde van de Romeinen werd het water hier via een aquaduct naar Cahors, onze bestemming voor morgen, geleid.

Dag 50: Marcilhac-Cabrerets, 20 km (+ Pech-Merle)

De route van Marcilhac naar Cabrerets moet wel weer een van de mooiste van de hele reisroute zijn. 

Na een prachtige route door lange drooggemetste muren (de stenen worden eenvoudig op elkaar geplaatst, plat, vastgezet zonder mortel of aarde maar met kleine kiezelstenen tegen het  wiebelen) nemen we ons ontbijt in Sauliac, een dorp ingebed in de klif en tegenover een kasteel in een lus van de Célé.  

Van veraf zie je niets, want de huizen zijn versmolten met de mineralen van de bergen.  Van dichtbij is het echter een heerlijk pad dat tussen de klif en de huizen slingert.

Nog eens tien km verder doemt Cabrerets voor ons op, sprookjesachtiger kan haast niet.

Onze halte is een plek vol overblijfselen uit het verleden: de ruïnes van het Engelse kasteel (5 meter breed en 90 meter lang...), gebouwd in de klif met uitzicht op de stad en in perfecte staat. 

Ik bezoek de beroemde grot van Pech-Merle, de enige Franse grot die open is voor het publiek en waar ik grottekeningen (die je niet mag fotograferen 🫣)  ga bewonderen die 27000 jaren geleden zijn gemaakt.

Via degli Dei, dag 6: San Piero a Sieve - Firenze

( Kunstwerk: de Via degli Dei, vrij als een vlinder)  De zon geraakt er niet door vandaag maar met slechts één bui is dit een va...