Podiensis dag 64


Het landschap en vooral de Pyreneeën zijn de hoofdrolspeler vandaag. 


We doorkruisen de machtige vallei van de Gave de Pau en het grondgebied van de Béarn, de hele dag komen de toppen van de Pyreneeën dichterbij.


Op een tocht van 32 km trappen we 1100 hoogtemeters, t.t.z. 510 stijgende en 590 dalende, vooral wegens de opeenvolgende hellingen. 


De kuiten hebben de ene nog niet verteerd of daar ligt de andere helling al te grijnzen. 


Toch ligt Navarrenx slechts op zowat 200 m boven zeeniveau. Verrassend als je al die bergtoppen hier ziet. Het is vooral de Pic du Midi (d'Ousseau) die met een bijna 3000 meter opvalt. 

Het stadje Navarrenx speelde een leidende rol in de godsdienstoorlogen van de 16e eeuw, is helemaal ommuurd en charmant, misschien behoort het daardoor al tien jaar tot 'Les Plus Beaux Villages de France'. 


Het weekend, hoewel het op de Camino alle dagen weekend is, inzetten doe ik met Bruno (kijk eens wat ik drink...) en daarna avondmaal in de albergue. 

Podiensis dag 63


Bij het verlaten van Arzacq breekt de zon door de wolken. 'Eindelijk een dag zonder regen', is de eerste en meest gehoorde opmerking in pelgrimland en daarbuiten. 


In de Béarn voel je stilaan dat de Pyreneeën naderen: op 30 km zijn er 990 hoogtemeters (480 ↗️ en 510 ↘️) waarvan de afdalingen de lastigste zijn. 


In een stemmig en typisch Baskisch (halle)kerkje in een onooglijke dorp met een onuitspreekbare Baskische naam, brand ik twee kaarsen, een voor tante MR en een voor schoonmamamaria. 

Ik eet er mijn lievelingsgerecht op de Camino: roggebrood, olijfolie, avocado en radijzen. 

In Arthez, een langgerekt en rustig dorp, hoog gelegen aan de rand van het plateau met een immens zicht op de Pau-vallei (die we morgen moeten oversteken) en met helemaal aan de horizon de 'echte' Pyreneeën, is er in de albergue geen avondmaal. In het dorp ga ik dan maar een frietje stekken. Groot is mijn verwondering over wat er op mijn bord te voorschijn komt. 


Of dit soms frieten zijn van bataat (zoete aardappel), vraag ik nog onschuldig. Neen, dat is hier altijd zo, is het antwoord... Niet dat ik frieten verwacht zoals in Etxebarri (een van de beste restaurants ter wereld, hier in de streek) maar hoe kun je nu frieten zo verkl... (excuse-moi le mot). Ik heb ze laten staan en ben vertrokken zonder betalen... Dan wordt het maar een afhaalpizza voor in de albergue. 


Maar onderweg stoot ik op een mobiele oesterbar uit 'le bassin d'Arcachon', ergens rond Bordeaux. Terwijl ik aanschuif raak ik aan de praat met twee locals, Roland en Marie-Christine (niet te verwarren met Andy uit Little Britain). 


Ze trakteren me op een assiette de la mer. Of hoe een tegenslag nog goed uitdraait. Tegenslag is ook slag....

Podiensis dag 62


Bij het verlaten van de albergue bots ik op de Israëliër Avi, Hebreeuws voor Abraham. 

Samen lopen we tot een stuk na de middag door dit gedeelte van de Pyrénées-Atlantiques en we gaan geen enkel onderwerp uit de weg, ook de Israëlisch-Palestijnse kwestie niet. Niet alle Israëliërs staan aan de kant van Netanyahu, zoveel is zeker. 


Bij een koffietje bij een lokale bakker die nog brood in een houtoven bakt, splitsen onze wegen. 

Het landschap blijft eentonig: landbouwgebied en bos, geen van beide kan me echt bekoren; ik word blijkbaar een oude knar. Of het moet zijn dat de regen aan de moraal vreet. Nog maar eens een regenbui en dat betekent ploeteren door de modder.


Geen risico dit keer, de wandelstokken doen hun werk om val- en glijpartijen te vermijden.

Het departement Pyrénées Atlantiques bestaat uit twee entiteiten: het historische graafschap Béarn en Baskenland. Hoewel we nog niet in Baskenland zijn, leeft hier toch al de Baskische cultuur. Het enige wat je hoeft te doen is de naam van dorpjes lezen, iets waar de Fransen een zere mond van krijgen. 

In Arzacq-Arraziguet, een stadje van duizend inwoners dat zich uitstrekt over twee grote pleinen, verblijf ik in de gemeentelijke herberg, gerund door een Cht'i. Het avondmaal is lokaal: paté met wortelen, axoa (een Baskische gyros) en bioyoghurt.


De avond sluiten we af met Panpy (Baskisch voor Jean-Pierre) en Benoît, een Waal die blij is dat hij z'n Nederlands eens kan oefenen. Het gespreksonderwerp? Ge moogt één keer raden...

gîte met witte aronskelken



Podiensis dag 61


Dinsdag 21 mei 2024

Op de tgv slingeren de emoties heen en weer tussen ontdekking en avontuur enerzijds en daar blijven waar mijn hart is anderzijds. Verstand en gevoel dus. Ratio en emotie. De hersenen en het hart... Er zijn hele boeken en filosofische traktaten over geschreven maar net zoals een foto of film nooit de grootsheid van de natuur kan weergeven, kan ik het gevoel bij 'vertrekken' ook in woorden niet helemaal vatten. 

Onderweg naar Toulouse besef ik dat je als mens maar in één dimensie kunt leven. In het verleden, in de toekomst of in het nu. Immers, daar waar je gedachten zijn, daar ben je zelf. 

Deel 1 van deze Via Podiensis dateert van 2022: Doornik, Reims, Troyes, Vezelay (de Morvan) naar Le Puy en Velay om van daaruit de wondermooie GR65 (doorheen de Aubrac en de Quercy) te stappen. Het is tijd om dat traject dat in oktober '22 na 2 maanden stappen in Nogaro onderbroken werd omdat de albergues begonnen te sluiten en het te herfstig werd, af te werken.

Bij aankomst in Toulouse staat mijn caminamigo Michel me op te wachten. Morgen brengt hij me naar mijn startplaats (Nogaro) waar ik de Via Podiensis verderzet, maar vanavond trakteert hij me op een ambachtelijke cassoulet, Bretoense cider met boekweit, kaas natuurlijk en een riz au lait als dessert. 


Woensdag 22 mei 2024

Tijdens de rit van anderhalf uur (Toulouse-Nogaro) krijgen we nog een fikse regenbui op ons dak en daarna verdwijnen de donkere wolken voor de rest van de dag. Intussen zijn de paadjes herschapen tot modderpoelen en dat is op z'n minst 'ongemakkelijk' om te stappen. Of, voor wie overmoedig is, zelfs redelijk gevaarlijk... 


'Vertragen? Dat is voor beginners...'

'Wegglijden? Dat is voor stappers met slechte schoenen ...'

'Wandelstokken uithalen? Zo erg is ' t toch niet...'

Was het niet Sophocles die zei dat koppigheid vaak ten val brengt? Ook al bedoelde hij het niet zo letterlijk, boontje komt altijd... enz. Omdat de zon er eindelijk door komt, zijn de modderbroek en dito rugzak tegen de middag opgedroogd en in de Armagnacvelden is de glijpartij alweer een anekdote voor aan tafel in de Auberge des pèlerins. 


Over het landschap valt er verder niet veel te vertellen. Deze streek, de Gascogne (vroeger Languedoc) mag dan wel gekend zijn voor foie gras, corrida's, armagnac en poule au pot (geïntroduceerd door Henry IV die hier regeerde toen hij koning was van Engeland en dit deel van Frankrijk) het blijft een landbouwgebied met veel bos, en dus modderpaadjes. 


Tijdens het avondmaal in de auberge zitten we met twintig aan tafel voor de pegrimsmenu (soep, linzen, kaas en chocomousse): 16 Fransen, 2 Duitsers, 1 Amerikaanse en een Vlaming. 

Alle foto's van dag 61: https://photos.app.goo.gl/p8yVqzifgkJANoMz9

Vdlp-slot

De Vía de la Plata is een van oorsprong Romeinse weg van Sevilla naar Astorga (op de Camino Francés). Sporen van de Romeinse aanwezigheid zijn dan ook alom aanwezig (Mérida, Cáceres, mijlpalen, heirbanen...). 
De route werd o.a. gebruikt om goud (er zijn goudmijnen in de Spaanse bergen), koper... te vervoeren van Noord naar Zuid.
Later werd deze route ook gebruikt door boeren die hun schapen... van het te droge zuiden naar de groene weiden van het noorden brachten. En omgekeerd. In Spanje zijn er veel zo'n wegen die met het oog op 'veetransport' aangelegd worden: de Via Pecuaria.  Nog later werden ze door handelaars in keramiek, edelstenen... gebruikt.
Het landschap is over het algemeen aantrekkelijk, soms zelfs adembenemend mooi en loopt door mooie natuurgebieden en uitgestrekte valleien met speurende roofvogels en zeldzame planten (wilde orchidee, mosbloemen...). 
Geen enkele keer zaten er echte kuitenbijters tussen. Vooral in Castilië-Léon is het landschap een saai, vlak landbouwgebied, zoals bij ons zeg maar. Maar dan veel uitgestrekter en urenlang zonder bebouwing. 

Van de 25 dagen in maart en begin april was de helft heet, vooral in Andalusië en zelfs in Extremadura dat toch enkele honderden meters hoger ligt. Vroeg vertrekken is dan de boodschap. 
De zonsopgangen zijn dan mooi meegenomen. Maar de rugzak weegt dan ook wel ruim tweetal kilo meer (water, voorraad...) Vaak is er geen enkel bevoorradingspunt onderweg. 
Herbergen zijn er voldoende maar soms op grote afstand. Je moet bereid zijn grote afstanden af te leggen per dag. Het is geen rariteit als het volgend dorpje op 15 ofwel op 35 km afstand ligt, met niets ertussen.
De bewegwijzering is goed: stenen met de letters VP, de gele pijlen, GR-wegwijzers, vierkante arduinen blokken en Romeinse mijlpalen.
De Plata is een lastige camino, niet zozeer fysiek dan wel mentaal. 10 km op dezelfde kaarsrechte zandweg in het open landschap zonder beschutting is geen uitzondering.
De albergues zijn beter dan op de Camino francés en vooral minder commercieel; vooral de municipals zijn beter uitgerust. 's Nachts is het vrij koud, zelfs binnen, kouder dan in Vlaanderen.
'Straatmeubilair' ontbreekt op zo'n weg die werelderfgoed is. Een bankje, rustplek of fonteintje hier en daar zou welgekomen zijn. Het ontbreken ervan maakt het lastig, zeker bij slecht weer (24 km doorstappen zonder stoppen). 
Uiteraard is er veel minder volk dan op de francés. Dit maakt de via de la Plata een ideale Camino voor wie graag alleen wandelt. 
Opvallend: er zijn veel meer mannen dan vrouwen, minder tot geen Amerikanen en Zuid-Koreanen dan op de francés. Alle nationaliteiten zijn er wel (ik zag redelijk wat Canadezen en zelfs Australiërs) maar vooral Fransen en Italianen maar ook wel Duitsers, Britten en natuurlijk... Ollanders.


Veel dank voor uw interesse in deze blog. Van enkele resterende dagen als toerist in Madrid, Sevilla en een vakantieweek met 't vrouwke volgt er uiteraard geen verslag. Enkel nog de foto's van het koninklijk paleis in Madrid: https://photos.app.goo.gl/dV7DPSUEwTJk6GnGA


Enkele camino-fotos om af te sluiten: https://photos.app.goo.gl/HQBgTALcCxhQCb9P7

Tot bij een volgende gelegenheid,
Geert 






Vdlp25

Vandaag is een goede dag om een geweldige dag te hebben. Met dat gevoel vat ik de laatste etappe van de Via de la Plata aan, 25 km naar Astorga.
Die laatste etappe heeft zowat alles in zich om de voorbije weken in één dag te verenigen: 
* een 10 km lange, oneindig lijkende en kaarsrechte verharde weg in open landschap zonder beschutting 
* het onvermijdelijke stuk asfalt
* de onder water staande boerenwegels waarbij je stapstenen nodig hebt om erdoor te geraken
* het dagelijkse oude 'romeinse' brugje
* paden van losliggende keien of rode aarde

In Asturica Augusta Romana, zoals Astorga in de Romeinse tijd heette, sluit de Via de la Plata aan op de Camino Francés die ik '21 deed. Dit door de eeuwen heen belangrijk handelscentrum is ook de plaats waar de chocolade Europa binnenkwam, ik koop er een ambachtelijke zwarte chocolade van 90% (!) cacao. Zelfs Dominiek Persoone heeft die niet.
Ik bezoek er de kathedraal (er werd 300 jaar aan gebouwd) en brand er de kaarsen voor wie ik dat beloofde. Zowel de gevel als de kunst in de verschillende kapellen is subliem, 
vooral het Spaans-Vlaamse retabel 
en de eeuwenoude facsimiles van de bijbel e.a. 
In het voormalige bisschoppelijk paleis, nu museum en een van de weinige gebouwen van Gaudi buiten Barcelona, is ook het caminomuseum gevestigd. Een waardige afsluiter van dit Camino-avontuur. 

Foto's van dag 25: https://photos.app.goo.gl/44a2kHMLwnkYk9RR8


Vdlp24

De Via de la Plata valt nu weer samen met de GR 100 en om het helemaal aangenaam te maken probeert ook de zon de overhand te nemen en de donkere wolken weg te  drijven. 

De route volgt de rivier Jamuz en loopt door een landbouwgebied met betonnen irrigatiekanaaltjes. Hier worden de witte bonen, linzen, kikkererwten... gekweekt waarvoor de provincie Léon zo gekend is. 

Het gebeurt niet elke dag dat zoveel dieren je pad kruisen: de reetjes maken zich niet eens snel uit de voeten, adders, een marter...

Plots is het pad verdwenen en moet ik maar zelf mijn w banen dwars doorheen het weide(water)landschap, de rivier volgend en met de Montes de Léon op de achtergrond. 
Dit is een minder populair Caminogedeelte, al voor de derde dag loop ik helemaal alleen, een heerlijk gevoel van vrijheid en alleen zijn. Gelukkig is alleen zijn geen synoniem voor eenzaamheid. 

La Bañeza, de laatste etappeplaats vóór Astorga (morgen) is gekend bij motorcrossers (snelheid op de baan; de straten zijn hier idd enorm breed...) 
en culinair voor de witte  bonen 'Alubia de La Bañeza-Léon'. Ieder restaurant serveert die hier. Ik wil echter af van mijn voorraad want noodrantsoen zal ik nu niet meer nodig hebben. 

Foto's van dag 24: https://photos.app.goo.gl/fPPoiDftybsE2Bqk6

Via degli Dei, dag 6: San Piero a Sieve - Firenze

( Kunstwerk: de Via degli Dei, vrij als een vlinder)  De zon geraakt er niet door vandaag maar met slechts één bui is dit een va...