Via degli Dei dag 3: Monzuno - San Benedetto

(Wat je kunt doen om de wereldvrede te promoten? Ga naar huis en houd van je familie.

Vandaag overschrijden we de grens van 1000 meter. Onderweg passeren we enkele toppen op meer dan 900 meter hoogte, zoals de Monte Venero (Venus, godin van de liefde) en ik doe niet eens de moeite om het ommetje naar het kruis op de top te doen. Bij helder weer kun je hier de Mont Blanc zien, zeggen ze...

Verderop hoor ik een geruis dat steeds harder wordt. Ik moet dus op de top zijn van de Monte del Galletto (galletto=haan) waar links en rechts windmolens staan. Ik hoor ze wel maar in de mist en laaghangende wolken zie ik ze niet... 

De focus verlegt zich noodgedwongen naar de grond waar ik voor het eerst in 't echt twee tijgerslakken zie. Groot (zo'n 15 cm) en met een spectaculair seksleven. Bij het paren draaien ze zich (hangend aan een slijmdraad) als een vlecht rond elkaar, ook hun penissen (slakken zijn hermafrodiet) draaien zich rond elkaar en na de ejaculatie eet de een het sperma op en laat de ander zich vallen... 
Over naar de Monte dei Cucchi,  begroeid met eiken en kastanjebomen. Met al dat klimwerk (meer dan duizend hoogtemeters vandaag) zit ik al op 1140 meter. Die kastanjes zijn erg belangrijk in de Apennijnen. In Madonna dei Fornelli loop ik de Londense theologe Bea tegen het lijf en samen drinken we een koffietje met... kastanjecake. 
De route loopt verder over bospaden en karrensporen, een lange steile klim met keien, grind, verharde en onverharde stukken en vooral paadjes die beekjes geworden zijn.
Wandelen in een bos in de herfst heeft iets magisch, iets sprookjesachtigs, iets huiveringwekkends ook. Je wandelt op dikke bladertapijten van duizend kleuren bruin, geel en groen,  tussen paddenstoelen, eikels, kastanjes. 
En bovenal zorgt de mist voor een heel sprookjesachtige, magische sfeer. De Romeinen (ik zit nog steeds op de Via Flaminia Militare) moeten het in m'n fantasie afleggen tegen de ridder te paard die vanuit de dichte mist te voorschijn komt om de prinses te redden. Of een trol met puntige oren en lange neus. Of beter, een elfje of een fee... Nee, dat kan niet, die zit thuis...
In de refugio 'casa delle guardie' blijft het sprookje voortpduren. In de tuin staan houten sculpturen (hier: St-Joris en de draak)
en in mijn kamer van 30m² staat een bed met gestreken lakens, een regendouche van 2m², een wasmachine ter beschikking en Andrea die een vers gemaakte pasta presenteert met porcini en truffel. Het leven van een pelgrim kan toch zwaar zijn...

Ik voel me gereed voor de koninginnerit morgen... ook al wordt voor de komende dagen regen voorspeld. Er zijn nog zekerheden in 't leven...

Via degli Dei dag 2: Badolo-Monzuno, 20 km

De Godenweg slingert door het landschap en elke bocht betekent een verrassing: een nieuw dal, een 'località' (in Italië is dat een gebied waar (bijna) niemand woont en dat ook niet bij een wijk of gemeente hoort), romantische landhuizen of uitzicht op de andere kant van de berg. 
Na een voormiddag hindernissenkoers in de modder, laverenf onder ontwortelde bomen en tussen opeengehoopte afgewaaide takken, arriveer ik aan de Monte del frate, wat berg van de monnik betekent.
Geen godennaam maar monniken staan toch dichter bij de Grote Baas dan ik, eenvoudige sterveling. 

Een lokale bewoner wijst me de weg naar de 'veilige' beklimming van de eerste berg op de Godenweg, de Monte Adone. 
De normale route is in deze omstandigheden te gevaarlijk en zo gebeurt de beklimming en afdaling via hetzelfde pad. Het thuisfront had me op het hart gedrukt geen risico's te nemen, waarvan akte dus. 
Bij het 'croce di vetta', het kruis op de top van de berg, zie je in normale omstandigheden waarom deze berg naar Adonis vernoemd werd: de schoonheid van deze beklimming is net zo mooi als de schoonheid van deze God. 
Maar driewerf helaas, het enige wat ik zie is optrekkende mist en wolken door de regen van de voorbije dagen. Geen Apennijnen, geen zicht op de valleien van Emilia-Romagna. 

Onderweg loopt de route samen met de Via Flaminia Militare. Elke keer weer is het speciaal om op een weg te lopen waarvan je weet dat hier tweeduizend jaar geleden Romeinse legioenen passeerden. 
Tot in Monzuno volgt de route de SP59 (strada provinciale). Weer een God... Monzuno is de berg van Jupiter (Mons Juno, of Jupiter). 

In WO II werd hier serieus gevochten. Het hoofdkwartier van de Partizanen (die zowel tegen de fascisten als tegen de nazi's vochten) was hier. 

Ik eet een pannini in het lokale barretje en vergaap me aan de honderden espressokopjes.
 Dit is Italië op z'n authentiekst. Als morgen het weer nu ook mee wilt...



Via degli Dei dag 1: Bologna-Badolo

De eerste dag begint meteen in stijl: 666 bogen van de portico (4 km) brengen me 250 meter hoger naar de iconische kerk van San Luca. 
Het is duidelijk dat dit op zondag voor de Bolognezen een geliefde wandeling is voor de hele familie.
Inmiddels was ik er al van overtuigd dat de goden een bedenkelijk gevoel voor humor hebben. De eerste ontmoeting met de weg was via het klooster van St. Luca. Arme nonnen. Wat een klim. En ik begrijp nu ook waarom nonnen een habijt dragen. Er zijn geen broeken waar die ijzeren kuiten in passen. 
Maar er zijn natuurlijk ook weer van die Übermenschen. Hardlopers. Terwijl ik naar boven puf, vlinderen die gasten alsof het niks is naar boven. 
Aan de basiliek houdt Rafaelo me tegen en geeft me de raad een andere dan de officiële route te nemen. Ik volg zijn raad en dat blijkt een goede keuze te zijn. In Sasso di Marconi zie ik Thomaso en zijn moeder Noémi en zij volgden wel de officiële route maar moesten halverwege terugkeren omdat straten onder water/modder stonden of er een aardverschuiving was geweest door de overvloedige regenval. 
De alternatieve route via Sasso Marconi, de geboorteplek van Marconi (die van de morsetekens), is verre van mooi (steeds maar langs de SS, Strade Statale, de Rijksweg dus) maar wel begaanbaar. De bergen waar de (onbereikbare) route echt loopt, zien we aan de overkant. 
Volgens een lokale bewoner, met stofsluns en zeemvel, zo iemand die nooit buiten komt, is de albergue onbereikbaar. Thomas en Noémi houden het hier voor bekeken en dus trek ik alleen verder. De herberg onbereikbaar?? 
Die ligt toch in de bergen? Ik waag het erop en 3 km verder zit ik op het steile bergpad en aan 2,5 km/uur klim ik naar het hoogste punt van vandaag op 450 meter maar met een helling van 20%...
Met Marçin en Carmen gaan we wat eten in het lokale restaurantje van Badolo en wie komt daar ook binnen... Thomaso en Noémi. Ze hebben een taxi genomen om te komen eten... 
zicht vanuit de kamer

Via degli Dei, dag 0

Voor de Etrusken (de oorspronkelijke Toscanen) was het een handelsweg, voor de Romeinen een militaire weg en voor de huidige Bolognezen een wandeltocht die je een keer in je leven moet gedaan hebben. Althans volgens Fosco die ik op de Via de la Plata leerde kennen. 
Wandelen door bijna vergeten bergdorpjes, omringd door de natuur, van goddelijke plek naar goddelijke plek, over karrensporen en bospaden, dagenlang genieten van het heuvelachtige landschap... 
En vooral: verse pastagerechten, goede wijnen en... truffel. Zelfs het eten is goddelijk, had hij beloofd. Zo belandde de Via degli Dei bovenaan mijn lijstje van 100-200 km hikes. 

De Via degli Dei dankt zijn naam aan de talloze goden die je onderweg in de Toscaanse Apennijnen tegenkomt, zoals de Monte Adone (vernoemd naar de Griekse god Adonis) en de Monte Venere (vernoemd naar Venus, de godin van de schoonheid). Het pad volgt de oude route van de Flaminia Militare (187 voor Christus) waarvan verschillende stukken nog zichtbaar zijn.

Terwijl Flibco me naar Charleroi brengt, is mijn Venus bij de warme kachel toetsen aan het verbeteren. Adonis zal straks in de gietende regen door de straten van Bologna slenteren...

In de luchthaven gaat het er minder lyrisch aan toe. De security heeft het op mijn zakmes, dat de voorbije jaren al drie keer door de controle gepasseerd is, gemunt. Het lemmet is blijkbaar gegroeid want volgens de agent is het maximum van 6 cm overschreden... Petit zizi, monsieur?

Bologna dus. Deze universiteitsstad (een van de oudste univs ter wereld) staat bekend als de "buik van Italië" vanwege zijn voortreffelijke keuken. 
Het is de geboorteplaats van gerechten zoals tagliatelle al ragù (beter bekend als Bolognesesaus) en tortellini. Ik ben niet gekomen om te vermageren, zoveel is duidelijk, met al die kazen, vleeswaren, wijn...

Naast eten heeft Bologna ook een perfect bewaard gebleven middeleeuws centrum met stadspaleizen, kerken, kilometers aan arcades, overdekte voetpaden. 
En ze wisten toen blijkbaar al waarom...
Van bij mijn aankomst op de luchthaven heeft het nog niet gestopt met regenen. 
(aanschuiven voor verse pasta)

Geen motregen of een bui maar de hele dag aanhoudende zware regenval. In de infodienst raadden ze af om morgen op pad te gaan. 
Er is een waarschuwingscode oranje van kracht die morgen weliswaar afgezwakt wordt naar geel maar wind, regen en onweersbuien domineren de hele dag. Afwachten dus of de paden begaanbaar zijn ...


Via Podiensis extra, dag 67



De etappe Saint-Jean-Pied-de-Port naar Roncesvalles is met stip de mooiste caminoroute die ik al deed. Vergelijkbaar met de Quercy of de Aubrac, het Centraal-Massief, maar deze eerste etappe van de Camino francés (zie 15/09/2021) wilde ik wel eens opnieuw doen omdat ze er met kop en schouders bovenuit steekt door de oneindigheid, fauna, flora en de variatie (aan de Franse kant groene weiden, aan de Spaanse kant bossen).

Daarenboven zat het weer ook bijzonder mee. Door de regen van de afgelopen dagen en de zon van vandaag was het landschap bedekt met 'une brûme' die de hele dag bleef hangen. Dat leverde prachtige foto's op, vooral vanaf het moment dat de route boven de nevel uitkomt. 

Foto's van vandaag: 

https://photos.app.goo.gl/E6rc6UXtnEXBuNA19




 

Podiensis dag 66


De Pyreneeën, Baskenland, Neder-Navarra, Saint-Jean-Pied-de-Port, of Donebani Garazi in het Baskisch... vandaag bereiken we (en die 'we' is geen pluralis majestatis maar modestiae) het officiële einde van de Via Podiensis, la voie du Puy (en Velay). 


Na een uurtje door bospaadjes 'ploeteren' is de 'stèle de Gibraltar' in zicht, de plek waar drie van de vier grote Franse camino's (Tours, Vézelay en Le Puy en Velay) samenkomen en waar deze tocht officieel eindigt. 

De weelderige panorama's worden door de motregen (de zirimiri duurt nu al de hele dag) aan het zicht onttrokken. Toch valt er van het weelderige groen, de runder- en brébisboerderijen (een mouton is hier een gecastreerde ram), de honderd rivieren en fonteinen, weilanden, loofbossen... goed te genieten. Toch zal ik 'la boue' (modder) nog lang onthouden. 

Na 35 km, aan de Porte de St-Jacques, is de Via Podiensis afgewerkt. Ook het hoog gelegen en ommuurde Saint-Jean-Pied-de-Port is een van 'les plus beaux villages de France'; 


tegen de avond lopen hier weer tientallen nationaliteiten rond, met veel te zware rugzakken, nog glimmende schoenen en nog naar wasmiddel geurende kleren.   


Voor morgen kondigen ze 22° aan (zonder neerslag!!!) en dat is ideaal voor een extraatje: de koninginnerit over de Pyreneeën naar Roncevaux/Roncesvalles in Spaans Baskenland. Afstand 24 km waarvan 1250 meter klimmen en 480 meter dalen. Met unieke vergezichten van op de Lepoeder-col op 1430 meter hoogte. Mooier wordt het niet. 

Enkele ruwe cijfers om af te sluiten:
66 dagen, 1700 km
Gemiddeld 25 km/dag, max. 36,6 km
Izegem-Vezelay: 275 km (11 dagen)
Vezelay-Le Puy en Velay: 650 km (25 dagen)
Le Puy en Velay-Saint-Jean-Pied-de-Port: 775 km (30 dagen)


Podiensis dag 65


Vandaag staat Frans-Baskenland op het programma. Net zoals Noord-Spanje is deze streek mooi groen en dat heeft zo zijn redenen. 


Het miezert de hele voormiddag (zirimiri noemen de Basken dat) en volgens Fernando, een Spanjaard met wie ik een koffie drink op het enige maar originele terrasje in 30 km (een woonwagen waarin je zelfs even kunt gaan liggen), is dat de reden waarom de wijn hier geen aanrader is; té veel water het hele  jaar door. 


De route naar Saint-Palais loopt langs bospaadjes maar de de terrasmadam verwittigt ons dat er erg veel modder ligt en dat sommige paden zelfs onder water staan. Bovendien is het via de départemental maar 12 km naar St-Palais (Donapalau in het Baskisch) i.p.v. 20. Dat kan tellen. 


Ik overnacht er in een Franciscanenklooster met een grote plantentuin. 't Is just' entwa voor 'em, hoor ik Chr. al zeggen. Inderdaad, de 'cel' waar ik slaap, doet me aan mijn jeugd bij de Paters Kapucijnen denken.

Saint-Palais was de hoofdstad toen Navarra nog een koninkrijk was. Hier werden 4 eeuwen lang 'munten geslagen'. 


100 m verder rechtover het Palais de justice staan er gezichten op een gevel gesculpteerd. 

Recht tegenover dat gebouw vragen we in ware 'In de Gloria'-stijl aan drie verschillende lokale voorbijgangers of ze 'la monnaie' weten zijn. Geen van de drie... 'La maison noble avec têtes sculptées sur la façade' dan misschien? Ook niemand. Nooit van gehoord... We staan er verdorie bij! Fernando en ik kunnen met moeite ons gegiechel onderdrukken.  Dit is onontgonnen terrein voor een sketchprogramma... 

Maar kom, 't is Camino... Morgen 32 km naar Saint-Jean-Pied-de-Port... 




Via degli Dei, dag 6: San Piero a Sieve - Firenze

( Kunstwerk: de Via degli Dei, vrij als een vlinder)  De zon geraakt er niet door vandaag maar met slechts één bui is dit een va...