Dag 41: Le Rouget-Lasbinals, 21 km

Twee hoogtepunten vandaag, natuur en cultuur.
Het Aubrac-plateau (hoge braco, hoge plaats), dat 20.000 jaar geleden na de laatste ijstijd ontstond, is nu een uitzonderlijk landschap met rotsblokken over het landschap gezaaid. 

De ijskap van, verschiet niet, toen 200 tot 300 meter dik, polierde het graniet en erosie deed de rest. En wij maar panikeren; klimaatcrisissen zijn van alle tijden.
Dit landschap is spectaculair mooi: een  uitgestrekte, ongerepte vlakte van graniet en basalt met schitterende bergweiden,heidegebieden, rivieren en meren, en karakteristieke stenen hutten met leisteendaken, waar herders onderdak vonden.

De schilderachtige weilanden zijn afgezet met muurtjes van droogsteen, waar de mooie Aubrac-koeien een zee van ruimte in een stiltegebied hebben om te grazen, vooral de stier met en indrukwekkende donkere kop. Hun melk wordt gebruikt voor de vervaardiging van de beroemde tomme-kaas, die gebruikt wordt in de aligot. Mijn avondmaal is gekend voor vandaag...

De hele etappe loopt boven de 1.000 m en de kou, versterkt door de wind, is hier intens. Handschoenen en muts zijn geen luxe. Dit woest, desolaat, verlaten vulkanisch landschap vol veenmoerassen is geweldig. In het voorjaar, als de brem, de jeneverbes, gentianen... bloeien, moet het hier heel erg mooi zijn. Een motorhome-uitstap om te onthouden.

Bij het naderen van (en in) Lasbinals is de buiten- en binnententoontelling Phot'Aubrac ongezien. De professionele en enkele geselecteerde amateurfotografen stellen tentoon in open ruimtes, in stallen, schuren enz. Het resultaat is schitterend (foto's: : hommage aan Escher - steenkool stelen in de Indische steenkoolmijnen - de schors van de witte abele).
Hoe kunnen we deze dag in de Aubrac dan ook beter afsluiten dan met aligot, aardappelpuree met kaas.


Dag 40: Le Rouget-Lasbros, 25 km

Dat de Lozère een armere regio is, stel je vast aan heel wat kleine dingen. Zo zie je b.v. in de Haute-Loire (Auvergne) om de paar km openbare toiletten, in de Lozère (Occitanie) zie je er geen. Toiletpapier op de openbare weg des te meer. 
De weg doet echter in veel opzichten aan de Auvergne denken maar iets minder avontuurlijk (lees: gevaarlijk). 
Wandelend op de met keien bezaaide in het landschap ingesneden rivierbeddinkjes van het La Margueride-massief  naderen we het Aubrac-plateau. 
Tegen het einde van de dag komen we in het regionale natuurpark Aubrac, vanaf een hoogte van 1300 m  dalen we naar 900 meter. Op het plateau zijn de zwaarste klimpartijen achter de rug en maken we kennis met de befaamde  Aubrac-runderen.
Stappen met dokter Fabienne gaat net iets makkelijker dan alleen. Samen komen we aan chez Marie in Lasbros, de beste gîte die ik tot op heden meemaakte.
 Dat ligt voor een deel aan Daniël en Christian, met wie ik de kamer deel en vanmiddag al geluncht heb, maar evenzeer aan het lekkere avondmaal en de gastvrije ontvangst van Stéphanie en Marc  
Een stoofpotje van Aubrac-rundsvlees, wat anders?

Dag 39: Saugues-Le Rouget, 30 km

In vergelijking met gisteren zijn zowel het weer als het landschap in schoonheid verminderd. Mooie plekjes komen we nog wel eens sporadisch tegen, idem voor de zon. De wolken en wind daarentegen komen meer en meer op de voorgrond.
De beklimming van La Margeride (van 930 naar meer dan 1.300 meter) doe ik samen met Jiro en Yuki, een Japans echtpaar dat hier vooral voor de bergwandelingen komt. 
Het gesprek breekt het monotone van de naaldbossen en de hooggelegen weides voor de Aubrac-koeien en schapenkuddes. 
De dorpjes met hun bergarchitectuur en leistenen daken zijn sober. 
Deze streek (Le Sauvage) doorkruis ik met Christian, een fitte zeventiger die z'n eerste Camino stapt. 
De albergue in Le Rouget, naam die verwijst naar de rode stenen (cf. Roussillon) die hier gebruikt werden voor huizen en romaanse kerken, is een boerderij met melkvee. 
De 22 (melk)koeien leven hier nog in alle rust en vrijheid en na 10-15 jaar melkproductie is het vlees nog altijd goed genoeg voor grootkeukens, voor Mc Do en voor... ragoût. 
Het gezamenlijk avondmaal (we zijn met tien aan tafel, negen Fransen een een Vlaming) laat zich dan ook makkelijk raden. 

Dag 38: St Privat d'Alliers -Saugues, 21 km

De Bretoen Corendon heeft geen deugd gehad van zijn vier (!) dubbele (!)  Grimbergens. In de slaapkamer met twee stapelbedden laat hij dat duidelijk horen maar dit is potverdorie geen dronkemansgesnurk meer. Of het neus-, keel-, mondsnurken of apneu was weet ik niet, waarschijnlijk alle vier, maar om halfeen heb ik mijn matras en slaapzak genomen om me in de keuken te gaan leggen. De andere Bretoen André  kon het ook niet meer uitstaan en verhuisde naar de eetplaats. Een uur later val ik uiteindelijk in slaap om vijf uur later de dag te starten.
Na de veel te korte nacht begint de tocht door het historische en uitgestrekte grondgebied van Gévaudan (de naam van toen er hier nog  provincies waren), nu Lozère in de Languedoc-Roussillon. 
De streek is weer supermooi, het lijkt wel of ik rondloop in een diavoorstelling of een promofilmpje van Tourisme France. De gidsen en websites hebben niet gelogen, deze Via Podiensis, althans dit eerste deel, is een wondermooi wandelgebied. 
Na de granieten bergen van La Margueride
brengt een vrij steile afdaling ons naar de rivierkloof van de Allier 
en tijdens de veeleisende daaropvolgende veeleisende klim trek ik weer de ene foto na de andere.
Na de rotnacht heb ik het efkes gehad met Bretoenen. En kan ik er wat aan doen dat ik vandaag enkel medemensen van de andere kunne tegenkom? Gisteren allemaal ouwe grijze venten, vandaag dient zich een veel, euh... esthetischer gezelschap aan. 
De eerste is Nathalie, een Parijse cuisinière op filmsets. Ze vraagt me of ik die 'muzikant' was gisteravond... Ze hadden het gesnurk gehoord tot in de andere kamer maar een terrasje later herkent Hélène me als slachtoffer i.p.v. als dader... Zoals zoveel jongeren hier neemt ze een sabbatjaar vooraleer ze haar studies voor onderwijzeres aanvat. Waaraan je een goede leerkracht herkent, wil ze van me weten... En nog een boel meer, natuurlijk. 😁
Wat verder neem ik een steilere maar kortere weg en verlies zo mijn gezellinnen. 
Maar geen nood, daar is Jade, studente Ecologie en Milieuwetenschap (in een... sabbatjaar). En vegetariër.... het gespreksonderwerp laat zich raden.
Met Brigitte, een Roemeens-Duitse vertaler die nu als HR-manager werkt, komen we Saugues binnen. Mijn kamer in de Auberge municipal heeft drie bedden. En géén Bretoen. Het wordt een rustig nachtje...
Is het de schoonheid van het landschap of  van mijn wandelmaten, in ieder geval heb ik het niet eens gemerkt dat we vandaag een niveauverschil van 500 meter overbrugd hebben. Mijn knie voelt al een stuk beter aan... 🫣


Dag 37: Le Puy-en-Velay - St Privat d'Alliers, 24 km

1. Arriveren in Le Puy
Eens je de TGV inruilt voor een gewone trein (in St-Etienne) is het Caminogevoel direct helemaal terug. Alles uit deel 2 van enkele weken geleden schuift op het tempo van het traag klimmende boemeltreintje een uur lang aan me voorbij: 

de valleien van de Auvergne,  de Loire, de 'gorges', de dorpjes met namen eindigend op -ac (=water) en de rotspartijen met hellingen tot aan het 744 m hoog gelegen Le Puy. En de zon... in dit groene landschap dwingt ze de herfst tot uitstel. Voor mij niet gelaten. 
Hoe raar 't ook klinkt, maar dit ritje heeft iets van thuiskomen. In deze tijd van 't jaar groeien hier krokussen en narcissen... Ik ben precies in The Metaverse beland...
 
Wat een gelukzak ben ik toch maar weer. Dankbaar dat dit me gegeven is.

2. Le Puy verlaten is altijd speciaal. De mis 's morgens om zeven uur, gecelebreerd door de bisschop zelf, wordt gevolgd door de zegening van de pelgrims (waaronder Australiërs, Amerikanen, Canadezen, Japanners en uiteraard ook Europeanen).

Daarna komt het spectaculaire gedeelte: de vloer van de kathedraal opent zich letterlijk 

en je verlaat Le Puy via de indrukwekkende trap aan de gotische toegangspoort van de kathedraal .


Daarna begint de klim door het Centraal Massief, langs de paadjes en dorpjes aangelegd met  vulkanische stenen van de Velay. 

De klim is niet erg veeleisend, behalve bij de uitgang van de stad, en slechts een goede 20 km verder, bij het bereiken van Saint-Privat, is er nog een gevaarlijke afdaling.
Onderweg kom ik, naast schitterende decors, ook nog heel wat andere pelgrims tegen. Onder hen veel jongeren maar ons groepje op het einde van de etappe bestaat uit één Vlaming en drie... Bretoenen. Alweer Bretoenen... het lijkt wel mijn lot op de Camino... 

Dat wordt dus weer Grimbergen op het enige terrasje van St-Privat, een typisch etappeplaatsje waar vooral de lokale cafébaas garen bij spint (€7 voor een Grimbergen... 7!!!). Er is ook nog een boucherie waar ze volgens een local  de beste droge worst van Frankrijk hebben (maar in vergelijking met die van Peter en Maureen is dit maar vettige saucisson) en een bakker-kruidenier die denkt dat pelgrims allemaal grootverdieners zijn ...
We laten 't niet aan ons hart komen en sluiten de dag af met het typische gerecht van deze streek, en bij uitbreiding van de hele Camino. Éen keer raden... groene linzen. 


Op de TGV naar Le Puy en Velay

De Vía Podiensis is, althans volgens de gidsen en hikinggroepen, de mooiste, de meest populaire en oudste van de Camino's in Frankrijk.
Al meer dan duizend jaar (bisschop Godescalc van Le Puy in 950 was de eerste) stappen pelgrims van aan de kathedraal in Le Puy (Haute-Loire) naar de voet van de Pyreneeën.
Veel Vlamingen sporen eerst naar Le Puy (ik schrijf dit tekstje op de TGV) om deze naar verluidt mooiste tocht in Frankrijk daar aan te vatten; de eerste duizend km die ik dus in het voorjaar al te voet afgelegd heb. De lange zomer was te heet en het najaar dat vandaag officieel begint, biedt meer dan voldoende kansen om comfortabel naar de voet van de Pyreneeën te trekken. Enfin, comfortabel...

Van in Le Puy is het nog 1530 km naar Santiago (750 naar SJPdP, en van daar nog 780 naar SdC). Ik neem er in ieder geval mijn tijd voor; geraak ik er dit jaar niet, dan is de rest voor volgend voorjaar... Een mens zou zot moeten zijn om er een competitie of een race van te maken. Wie de Camino loopt, laat de Camino aan zich voorbij lopen... Ik neem me dan ook stellig voor om te genieten, met nadruk op niet, en te beleven, met nadruk op leven. We zien wel, met andere woorden. 

Een groot deel van de pelgrims op de Via Podiensis zijn uiteraard Frans en Duits maar je komt er naar verluidt ook steeds meer Vlamingen, Ollanders en in mindere mate Zwitsers, Oostenrijkers,  Italianen, Canadezen en Noord-Amerikanen tegen. Of misschien wel weer de Hongaarse Gyuri...😁

De Via Podiensis, die eindigt in SJPdP waar de Spaanse routes beginnen, is uitgebouwd rond de GR 65. En zoals het een GR betaamt, maakt die allerlei omwegen en verkiest een steile klim over de top boven een rustige wandeling. Ik neem me voor om me niet te ergeren aan de busjes met bagage die voortdurend voorbijrijden, noch aan de gewone hikers bij wie de GR65 vrij populair is en die meerdere slaapplaatsen reserveren en er dan één uitkiezen, afhankelijk van waar ze arriveren en waardoor 'echte' pelgrims dan voor het bordje 'complet' staan...

Ik zie vooral uit naar de vulkanische pieken, het plateau van Aubrac, de uitzonderlijke landschappen en de wilde natuur (Aubrac, Quercy), de vallei van de Lot met enkele van de ‘Mooiste dorpen van Frankrijk’ en misschien een ommetje naar Rocamadour. Komt dan een klepper van formaat: Conque, helemaal verdoken tussen de bergen in de bossen. De verborgen parel Cahors, heus niet alleen voor de wijn. En het feest gaat maar door: Moissac heeft een indrukwekkend klooster, waar een reünie met Michel gepland staat... Enfin, dat zal misschien net naast het klooster zijn🫣...

De Via Podiensis is de enige route naar Compostela die op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat, samen met 12 monumenten op die route. Morgen, dag 37, begin ik in één ervan: de kathedraal van Le Puy.

Via degli Dei, dag 6: San Piero a Sieve - Firenze

( Kunstwerk: de Via degli Dei, vrij als een vlinder)  De zon geraakt er niet door vandaag maar met slechts één bui is dit een va...